zaterdag 22 maart 2014

Blaasontsteking op de Leien



Halfacht ’s morgens op de Leien, Antwerpen. Niet alleen uiteraard, wel met 50 andere fietsers vergezeld door de stromende regen die ons België-landje weer teistert na de dag daarvoor toch wel bijna de 20 graden bereikt te hebben. Afijn, struggelend baande ik me een weg (wat normaal gezien echt niet zo moeilijk zou moeten zijn, gezien de Leien nouja vrij… rechtdoor lopen) tussen de rest van heel Antwerpen die NET op hetzelfde moment als mij ook op hetzelfde tempo ergens naartoe moeten. Bij mijn weten beginnen ze op kantoor later. Uiteraard zitten er altijd van die nerds tussen die de avond van te voren het weerbericht netjes op het nieuws hebben vernomen en braafjes hun wekker een half uur eerder zetten; want het moest maar eens zo zijn dat ze te laat aankomen op hun werk door de plensbuien. Terwijl mijn lichaampje zich in allerlei bochten wringt om fietsend Antwerpen te ontwijken zie ik in de verte al wat tumult. Nou, tumult… eerder een totale stopzetting van het fietsend verkeer. Bij het dichter naderen hier van vergeet ik ook even dat sommige fietsers niet zo hoffelijk zijn als mij ( ahum! ) en weigeren om mee te gaan in het slakken-tempo waar op al de rest van de wormpjes fietst. Klaarblijkelijk zien zij het fiets(p)(b)ad als een soort van race- baan, zeker wanneer het dan flink regent wordt het spektakel nog leuker en maken ze er echt een hobby van om er; zeg maar, door te schaatsen. Voor ik het goed en wel besef knalt haantje de voorste van de schaats- partij (heerst daar een soort van rangorde of zo?) recht op mijn fiets. Die is daar zeker niet op voorzien gezien ik, 1: een fiets gebruik van t’ stad; die ondingen hebben noch werkende remmen, noch enige controle over het stuur en 2: nou niet echt de trotse eigenares van een goed werkend evenwichtsorgaan ben. Al bij al, je kunt het al raden.. Ik knal keihard op de grond. Haantje de voorste uiteraard niet en fietst vrolijk verder na een “Ja jezus, wel uitkijken he meid!” Met een vernietigende blik richting hem en de plas waar ik zo net in belandde krabbel ik overeind en voel hoe elk millimeter droog stuk kleding tegen mijn huid begint aan te plakken. Veel tijd om hier allemaal over na te denken heb ik helaas al niet meer want in de verte hoor (en zie) ik het komische politie-duo Berta en Bob die het werk van de verkeerslichten hebben overgenomen. Met haar dubbel-zo-dik-als-ze-zelf-is kogelvest staat Berta luid fluitend en met een knalrood hoofd het verkeer te regelen. Bob staat er een beetje bij als een verwaterde kamerplant en houdt Berta aandachtig in de gaten die druk staat te krijsen en met haar armen staat de zwaaien. Om één of andere reden denkt ze ook echt dat dit werkt maar aan de reactie van de auto’s te zien die gewoon kriskras door elkaar rijden; en het beduusde gezicht van Bob doet dit het hem niet echt. Ook ik wacht netjes tot Berta aan mij teken doet dat ik mag doorrijden. Maar voor Berta dit met opgegeven handen wil doen knalt er kei hard een auto naar voor. Kreeg een duwtje, van z’n achterligger. Briesende Berta, die het ondertussen spuugzat is, wil daar natuurlijk niks van weten en slingert hem gelijk op de bon. Nou zou je denken dat de “gemiddelde Belg” braaf in zijn auto blijft zitten en de bon voor lief neemt maar deze dus niet. Luid roepend paradeert hij op haar af, gaat pal voor haar neus staan en versnippert de bon. Berta briest ondertussen zo’n beetje als een koe en weet niet anders hoe te reageren dan haar fluitje luid bij zijn oor te gebruiken. Onze chauffeur stapt rustig terug naar zijn auto met een ingetogen glimlach en vervolgt zijn weg. Verbluft blijft Berta achter met op een aantal meter afstand haar gefrustreerde collega Bob die hakkelend over de radio de situatie probeert te schetsen. Gniffelend fiets ik het duo voorbij dat ondertussen op het midden van het kruispunt een heftige discussie gestart is. Na één minuut besef ik dat ze toch wel ergens in geslaagd zijn. En dat is niet onbelangrijk: ze hebben mij toch zeker wel vijf minuten afgeleid van het feit dat ik ongeveer met mijn hoofd tegen mijn stuur hing van de blaasontsteking waar ik die morgen mee was opgestaan. Voor alle vrouwen onder ons; de blaasontsteking had zijn hoogtepunt bereikt en wist met elke beweging die mijn lichaam maakte duidelijk te maken dat hij er die dag 24/7 zou bij zijn. Dus, dank jullie wel Berta en Bob om mij eventjes af te leiden. Ondertussen fiets ik kruipend verder.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten