Halfacht ’s morgens op de Leien, Antwerpen. Niet alleen
uiteraard, wel met 50 andere fietsers vergezeld door de stromende regen die ons
België-landje weer teistert na de dag daarvoor toch wel bijna de 20 graden bereikt
te hebben. Afijn, struggelend baande ik me een weg (wat normaal gezien echt
niet zo moeilijk zou moeten zijn, gezien de Leien nouja vrij… rechtdoor lopen)
tussen de rest van heel Antwerpen die NET op hetzelfde moment als mij ook op
hetzelfde tempo ergens naartoe moeten. Bij mijn weten beginnen ze op kantoor
later. Uiteraard zitten er altijd van die nerds tussen die de avond van te
voren het weerbericht netjes op het nieuws hebben vernomen en braafjes hun
wekker een half uur eerder zetten; want het moest maar eens zo zijn dat ze te
laat aankomen op hun werk door de plensbuien. Terwijl mijn lichaampje zich in
allerlei bochten wringt om fietsend Antwerpen te ontwijken zie ik in de verte
al wat tumult. Nou, tumult… eerder een totale stopzetting van het fietsend
verkeer. Bij het dichter naderen hier van vergeet ik ook even dat sommige
fietsers niet zo hoffelijk zijn als mij ( ahum! ) en weigeren om mee te gaan in
het slakken-tempo waar op al de rest van de wormpjes fietst. Klaarblijkelijk
zien zij het fiets(p)(b)ad als een soort van race- baan, zeker wanneer het dan
flink regent wordt het spektakel nog leuker en maken ze er echt een hobby van
om er; zeg maar, door te schaatsen. Voor ik het goed en wel besef knalt haantje
de voorste van de schaats- partij (heerst daar een soort van rangorde of zo?)
recht op mijn fiets. Die is daar zeker niet op voorzien gezien ik, 1: een fiets
gebruik van t’ stad; die ondingen hebben noch werkende remmen, noch enige
controle over het stuur en 2: nou niet echt de trotse eigenares van een goed
werkend evenwichtsorgaan ben. Al bij al, je kunt het al raden.. Ik knal keihard
op de grond. Haantje de voorste uiteraard niet en fietst vrolijk verder na een “Ja
jezus, wel uitkijken he meid!” Met een vernietigende blik richting hem en de
plas waar ik zo net in belandde krabbel ik overeind en voel hoe elk millimeter
droog stuk kleding tegen mijn huid begint aan te plakken. Veel tijd om hier
allemaal over na te denken heb ik helaas al niet meer want in de verte hoor (en
zie) ik het komische politie-duo Berta en Bob die het werk van de verkeerslichten
hebben overgenomen. Met haar dubbel-zo-dik-als-ze-zelf-is kogelvest staat Berta
luid fluitend en met een knalrood hoofd het verkeer te regelen. Bob staat er
een beetje bij als een verwaterde kamerplant en houdt Berta aandachtig in de
gaten die druk staat te krijsen en met haar armen staat de zwaaien. Om één of
andere reden denkt ze ook echt dat dit werkt maar aan de reactie van de auto’s te
zien die gewoon kriskras door elkaar rijden; en het beduusde gezicht van Bob
doet dit het hem niet echt. Ook ik wacht netjes tot Berta aan mij teken doet dat
ik mag doorrijden. Maar voor Berta dit met opgegeven handen wil doen knalt er
kei hard een auto naar voor. Kreeg een duwtje, van z’n achterligger. Briesende
Berta, die het ondertussen spuugzat is, wil daar natuurlijk niks van weten en
slingert hem gelijk op de bon. Nou zou je denken dat de “gemiddelde Belg” braaf
in zijn auto blijft zitten en de bon voor lief neemt maar deze dus niet. Luid
roepend paradeert hij op haar af, gaat pal voor haar neus staan en versnippert
de bon. Berta briest ondertussen zo’n beetje als een koe en weet niet anders
hoe te reageren dan haar fluitje luid bij zijn oor te gebruiken. Onze chauffeur
stapt rustig terug naar zijn auto met een ingetogen glimlach en vervolgt zijn
weg. Verbluft blijft Berta achter met op een aantal meter afstand haar
gefrustreerde collega Bob die hakkelend over de radio de situatie probeert te
schetsen. Gniffelend fiets ik het duo voorbij dat ondertussen op het midden van
het kruispunt een heftige discussie gestart is. Na één minuut besef ik dat ze
toch wel ergens in geslaagd zijn. En dat is niet onbelangrijk: ze hebben mij
toch zeker wel vijf minuten afgeleid van het feit dat ik ongeveer met mijn
hoofd tegen mijn stuur hing van de blaasontsteking waar ik die morgen mee was
opgestaan. Voor alle vrouwen onder ons; de blaasontsteking had zijn hoogtepunt
bereikt en wist met elke beweging die mijn lichaam maakte duidelijk te maken
dat hij er die dag 24/7 zou bij zijn. Dus, dank jullie wel Berta en Bob om mij
eventjes af te leiden. Ondertussen fiets ik kruipend verder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten