zondag 30 maart 2014

Gehaktballen met krieken, en rivalen: Blendr & Tinder

Dat ging ik dus maken vandaag. Terwijl ik de gehaktballen aan het rollen was kreeg ik het idee dat ze nogal raar van vorm waren. Niet rechthoekig, niet ovaal, niet rond; vanalles een beetje tussenin. Net zoals ik. Toen ik ze aan het bakken was zag ik dat ze zowat half uiteen vielen. Wat een toeval. Nu, ik ben afgestudeerd als sous-chef/ zaalverantwoordelijke. Ik zou dus echt wel een behoorlijk kostje moeten kunnen koken. Terwijl ik mijn opleiding deed zakte mijn interesse voor de keuken. Onder dwangmatige verplichting spendeerde ik dan toch maar wat uurtjes in de keuken zodat ik mijn effectief examen zou halen. Wat ik ook gedaan heb, met glans, tegenover mijn examen in de zaal was dat een meesterwerkje. Het vuur stond zoals altijd op 6, hoger kan hij niet. De gehaktballen stonden vrolijk aan te bakken, echt knoerhard en ik realiseerde het me pas tot mijn kamergenoot de afzuigkap opengooide. Want terwijl ik aan het koken was geslagen stond ik ook te skypen. Die twee lijken toch niet zo'n ideale combinatie te zijn, zeker afgewisseld met een sigaretje. Al bij al zijn de gehaktballen nog goed gekomen maar het had me wel aan het denken gezet. Ik heb dus echt jaren beweerd en ben er heilig van overtuigd geweest dat ik best wel aardig kon koken. Niet dus:
terwijl mijn gehaktballen stonden aan te branden was ik al véél te veel maïzena bij de kersen aan het gooien, op goed geluk. Ook niets afmeten, weerspiegelt een beetje van wie er in de keuken staat. Uiteindelijk is het een lauw-warme combinatie geworden van aangebakte gehaktballen met een saus die naar poeder smaakte. Maar kamergenoot en vriendin vonden het heerlijk hoor ;-). We schakelen even over naar een ander onderwerp: daten via het internet. Het is heel hip, iedereen doet het (nouja niet iedereen want, jawel er bestaan nog altijd mensen die geen facebook-account hebben en het begrip speed-daten zelfs niet kennen). Het geluk zij met hen, want ze missen niets. Uiteraard heb, ook ik, op avondjes uit dingen meegepikt en daar kwamen volgende twee progamma's uit die ik heb geïnstalleerd: Blendr (waarom de E hier opeens is uitgelaten begrijp ik niet, gezien het een afgeleide is van de applicatie Bender die doelt op een homoseksueel publiek) en Tinder. Ik moest dus een profiel bij elkaar schetsen. Let wel, de twee applicaties zijn verschillend. Terwijl men op Blendr zowat iedereen kan toevoegen van 18-80 jaar man/vrouw kan men op Tinder enkel een gesprek aangaan indien de andere persoon je ook leuk vindt. Kwestie van het (nog) wat makkelijker te maken. Als eerste ben ik verzeild geraakt op Tindr. Na een aantal dagen berichtjes te krijgen in de trant van "Alles goed schatje" of nog erger : "Wanneer u wilt afspraak met ik?" besloot ik ook eens te gaan rondneuzen. Volgende profielen zouden volgens de applicatie bij mij passen:


Tristan, ik vraag me serieus af of hij zo ook de slaapkamer binnenkomt.















En hier nog een prachtexemplaar: Harry Potter. Ik geloof dat de "echte" zijn binnenkomst toch iets origineler aanbrengt. Of misschien is deze foto gewoon getrokken op het moment dat Harry Potter ergens vast kwam te zitten, in dit geval, een soort van luik.















Goed, waarom Blendr dus ook maar 1 seconde aangeeft dat ik mogelijk met deze mannen zou matchen blijft me een vraag. Laat staan, iemand. Tenzij je een fetish hebt voor mannen die uit een kast of eender welk voorwerp "poppen" en hierbij een vreemd lachend gezicht trekken trekt dit niet aan. Ook vraag ik me af waarom mannen in eerste instantie zo'n foto als profielfoto instellen. Ik begrijp dat elk individu dat op deze wereld rondhobbelt vreemde/rare/grappige foto's heeft. Maar om ze te gebruiken als profielfoto om iemand er van te overtuigen dat hij/ zij de perfecte match zou zijn blijft een vraagteken bij mij. Dus ging ik over naar Tinder. Een applicatie waarbij je ook kiest (zoals bij Blendr) of je iemand leuk vindt of niet. Als deze persoon er hetzelfde over denkt krijg je de mogelijkheid om een chat-conversatie aan te gaan. Van de vele profielen die verschenen per minuut had ik er een aantal geselecteerd. Op basis daarvan heb ik twee dates gehad. Date nr 1 was, of beter gezegd, is er eentje uit de sales, je kan je voorstellen wat een tegenslag het voor me was dat hij wel héél weinig praatjes had. Beter gezegd, geen. Na uren het woord te voeren en uitbundig over mezelf te praten (en ja ook ik geraak dat beu na een tijd) plus véél te veel wijn werd ik de volgende morgen wakker met kleren aan (yes!) en besloot een koffietje te gaan drinken. Ontbijt was niet nodig meneer sales. Date nr 2 kwam in de buurt van wat we noemen een goede, normale date. Mijn gesprekspartner was aangenaam en vlot in de omgang. Toch viel het me op hoe vreemd het soms is om tegenover een compleet ongekend persoon te zitten en elkaars leven wat uit te pluizen, om bovenop nog eens na te gaan of je bij elkaar zou passen. Om een lang verhaal kort te maken, Tinder wint bij deze! Onthoudt wel goed; je moet over een hoge dosis aanpassingsvermogen beschikken mocht je deze test voor jezelf willen doen. Want op het einde van het verhaaltje blijven het vreemden, waar je niet mee bent opgegroeid, die je alles nog moet uitleggen en waar je jezelf uiteindelijk aan zal moeten blootstellen. De vraag is of je dat wil doen. Geloof me, ik kan hier nog veel verder op ingaan maar dat doe ik jullie niet aan. Probeer het zelf maar eens uit. Smiley.

zaterdag 22 maart 2014

Blaasontsteking op de Leien



Halfacht ’s morgens op de Leien, Antwerpen. Niet alleen uiteraard, wel met 50 andere fietsers vergezeld door de stromende regen die ons België-landje weer teistert na de dag daarvoor toch wel bijna de 20 graden bereikt te hebben. Afijn, struggelend baande ik me een weg (wat normaal gezien echt niet zo moeilijk zou moeten zijn, gezien de Leien nouja vrij… rechtdoor lopen) tussen de rest van heel Antwerpen die NET op hetzelfde moment als mij ook op hetzelfde tempo ergens naartoe moeten. Bij mijn weten beginnen ze op kantoor later. Uiteraard zitten er altijd van die nerds tussen die de avond van te voren het weerbericht netjes op het nieuws hebben vernomen en braafjes hun wekker een half uur eerder zetten; want het moest maar eens zo zijn dat ze te laat aankomen op hun werk door de plensbuien. Terwijl mijn lichaampje zich in allerlei bochten wringt om fietsend Antwerpen te ontwijken zie ik in de verte al wat tumult. Nou, tumult… eerder een totale stopzetting van het fietsend verkeer. Bij het dichter naderen hier van vergeet ik ook even dat sommige fietsers niet zo hoffelijk zijn als mij ( ahum! ) en weigeren om mee te gaan in het slakken-tempo waar op al de rest van de wormpjes fietst. Klaarblijkelijk zien zij het fiets(p)(b)ad als een soort van race- baan, zeker wanneer het dan flink regent wordt het spektakel nog leuker en maken ze er echt een hobby van om er; zeg maar, door te schaatsen. Voor ik het goed en wel besef knalt haantje de voorste van de schaats- partij (heerst daar een soort van rangorde of zo?) recht op mijn fiets. Die is daar zeker niet op voorzien gezien ik, 1: een fiets gebruik van t’ stad; die ondingen hebben noch werkende remmen, noch enige controle over het stuur en 2: nou niet echt de trotse eigenares van een goed werkend evenwichtsorgaan ben. Al bij al, je kunt het al raden.. Ik knal keihard op de grond. Haantje de voorste uiteraard niet en fietst vrolijk verder na een “Ja jezus, wel uitkijken he meid!” Met een vernietigende blik richting hem en de plas waar ik zo net in belandde krabbel ik overeind en voel hoe elk millimeter droog stuk kleding tegen mijn huid begint aan te plakken. Veel tijd om hier allemaal over na te denken heb ik helaas al niet meer want in de verte hoor (en zie) ik het komische politie-duo Berta en Bob die het werk van de verkeerslichten hebben overgenomen. Met haar dubbel-zo-dik-als-ze-zelf-is kogelvest staat Berta luid fluitend en met een knalrood hoofd het verkeer te regelen. Bob staat er een beetje bij als een verwaterde kamerplant en houdt Berta aandachtig in de gaten die druk staat te krijsen en met haar armen staat de zwaaien. Om één of andere reden denkt ze ook echt dat dit werkt maar aan de reactie van de auto’s te zien die gewoon kriskras door elkaar rijden; en het beduusde gezicht van Bob doet dit het hem niet echt. Ook ik wacht netjes tot Berta aan mij teken doet dat ik mag doorrijden. Maar voor Berta dit met opgegeven handen wil doen knalt er kei hard een auto naar voor. Kreeg een duwtje, van z’n achterligger. Briesende Berta, die het ondertussen spuugzat is, wil daar natuurlijk niks van weten en slingert hem gelijk op de bon. Nou zou je denken dat de “gemiddelde Belg” braaf in zijn auto blijft zitten en de bon voor lief neemt maar deze dus niet. Luid roepend paradeert hij op haar af, gaat pal voor haar neus staan en versnippert de bon. Berta briest ondertussen zo’n beetje als een koe en weet niet anders hoe te reageren dan haar fluitje luid bij zijn oor te gebruiken. Onze chauffeur stapt rustig terug naar zijn auto met een ingetogen glimlach en vervolgt zijn weg. Verbluft blijft Berta achter met op een aantal meter afstand haar gefrustreerde collega Bob die hakkelend over de radio de situatie probeert te schetsen. Gniffelend fiets ik het duo voorbij dat ondertussen op het midden van het kruispunt een heftige discussie gestart is. Na één minuut besef ik dat ze toch wel ergens in geslaagd zijn. En dat is niet onbelangrijk: ze hebben mij toch zeker wel vijf minuten afgeleid van het feit dat ik ongeveer met mijn hoofd tegen mijn stuur hing van de blaasontsteking waar ik die morgen mee was opgestaan. Voor alle vrouwen onder ons; de blaasontsteking had zijn hoogtepunt bereikt en wist met elke beweging die mijn lichaam maakte duidelijk te maken dat hij er die dag 24/7 zou bij zijn. Dus, dank jullie wel Berta en Bob om mij eventjes af te leiden. Ondertussen fiets ik kruipend verder.